Voorspelbaarheid

Het doel van voorspelbaarheid in het gedrag van de leerkracht is dat je daarmee duidelijkheid schept naar de leerlingen toe. Verder is het belangrijk veel contactmomenten met leerlingen te hebben. De leerlingen moeten weten wanneer ze hulp kunnen krijgen en wanneer dat even niet mogelijk is. Daarbij dient de leerkracht er op te letten dat de aandacht goed verdeeld wordt over de kinderen, zodat iedereen de aandacht krijgt die nodig is.

Om de instructie zo goed mogelijk te laten verlopen, maken we gebruik van het effectieve instructiemodel. Dat houdt in dat bij de lessen globaal de volgende fasen aan de orde komen:

  • Terugblik (waar hebben we het de vorige les over gehad, wat weten we al)
  • Lesdoel bekend maken (deze les gaan we …. Leren)
  • Uitleg van de taak geven
  • Aangeven hoeveel tijd leerlingen krijgen voor de opdrachten
  • Afspraken over manier van werken maken/herhalen
  • Aangeven wat leerlingen moeten doen als ze klaar zijn
  • Wie heeft er nog een vraag?
  • Duidelijk aangeven dat leerlingen mogen beginnen en hoge verwachtingen hebben van hun prestaties en manier van werken

We hebben met elkaar de volgende doelen afgesproken:

  • De leerkracht is voorspelbaar
  • De instructie verloopt volgens het model effectieve instructie
  • De leerlingen weten wat er van hen wordt verwacht
  • We bieden leerlingen structuur in het verloop van de dag en van de les
  • Leerlingen kunnen omgaan met uitgestelde aandacht

Om deze doelen te bereiken hebben we een aantal dingen concreet afgesproken. Iedere BAS-cel kent een aantal succesindicatoren. Als we deze indicatoren verwezenlijken, voldoen we aan de BAS-eisen betreffende deze cel.

Succesindicator 1. Lesmomenten worden nadrukkelijk geopend en afgesloten.
a. De leerkracht biedt de leerlingen inzicht in de wijze waarop een les verloopt
b. Leerkracht geeft indicatie van de doorlooptijd van een les
c. de leerkracht expliceert verwachtingen naar leerlingen (prestatie, gedrag)

Succesindicator 2. Tijdens lesmomenten is de aandachtsverdeling gereguleerd
a. De leerlingen kennen het verschil tussen start-, hulp- en afsluitrondes
b. In de klas worden symbolen en afspraken gebruikt om kinderen om te leren gaan met uitgestelde aandacht

Succesindicator 7. Er is een onderscheid tussen hulpcontacten en instructiecontacten
a. Kinderen kennen het verschil tussen hulp en instructie

Lees meer over de succesindicatoren (pdf)


> Terug naar het BAS model